Reisblog

Nu we even niet op reis kunnen, deelt collega Peter van der Lende, die binnenkort met pensioen gaat,  enkele reisherinneringen.

"Wie vanaf de jaren zeventig regelmatig naar Azië reisde heeft daar ongetwijfeld mooie herinneringen aan, die een melancholisch fernweh kunnen oproepen. Ik haal een paar van mijn herinneringen op. Wellicht herkent u er iets van!

Ik kwam in 1974 voor het eerst in de Indiase hoofdstad Delhi en vond er de tijd van mijn jeugd terug. Gemoedelijkheid won het van tijdsdruk. De juiste treinkaartjes verkreeg je niet uit een automaat, zoals bij ons, maar door langs meerdere kantoren in de stad te gaan. Voor het wisselen van een travelerscheque bij een bank werd je ontvangen met thee en koekjes. Aankopen in winkels werden verpakt in papier meegegeven; van de plastic zak nog geen spoor. Talloze vriendelijke bedienden in elke winkel en slechts twee modellen auto's uit de jaren vijftig. Premier was Indira Gandhi, die achterin in zo'n auto met geopend ramen door de stad reed. Reuze interessant en spannend allemaal.

Het duurde even voordat ik een en ander in perspectief zag. Rudyard Kipling observeerde India een jaar of tachtig eerder. Als hij nu met me mee zou kunnen lopen zou hij zijn ogen uitkijken wegens de vele veranderingen sindsdien, terwijl ik verwonderd het verleden aanschouwde.

Maar ook India veranderde. Liberalisering van de economie werd merkbaar rond 1990 en is doorgezet, waardoor de industrie tegenwoordig een grote partij meespeelt in de wereld. Maar ondanks de moderniseringen blijft het straatbeeld fascineren en de sfeer verrassend bijzonder. Zeer de moeite van een reis waard.

Uit een verzameling van vele jaren wil ik een paar anekdotes met u delen. Zo hadden wij bij de begeleiding van de groepen het nogal eens te stellen met eieren. Voor een lunchpakket werden ze gepeld en wel verpakt in roze en groen crêpepapier. Dat zorgde weliswaar voor prachtige kleuren op het ei, maar we hebben het restaurantje gevraagd een andere oplossing te bedenken. Toen we ze tijdens de picknick uit de doos haalden, bleken ze in krantenpapier verpakt. Door het nog steeds aanwezige roze en groen waren de berichten op het ei letterlijk afgedrukt. Een andere keer zouden we ons lunchpakket gebruiken in een keurige gelegenheid vlakbij een jaïn-heiligdom. Dat ging niet zomaar. De dozen werden door de directie nog in de bus geïnspecteerd en de gekookte eieren mochten het strikt vegetarische restaurant niet in, net als onze leren broekriemen overigens. Na afloop aten we de eieren in de stilstaande bus op. Daardoor zagen we hoe de jaïns het hele zaaltje, inclusief de muren, uitvoerig met water en zeep gingen ontdoen van de besmetting die wij daar als non-vegetariërs teweeg hadden gebracht.

Vegetarisme werd - en wordt - gerespecteerd. Dat bleek ook wel toen we ergens wilden dineren en enkelen van ons aangaven vegetariër te zijn. Meteen werden de borden en het bestek voor hen ingewisseld. De nieuwe exemplaren uit een andere kast waren nooit met vlees in aanraking geweest. Weer elders was het restaurant ingericht met gordijnen rond de tafeltjes, waar men in het halfduister onbespied door onreine zielen zijn rijst en groenten kon nuttigen. Lastig maar nodig was dat; de leden van hogere kasten zouden eens onrein kunnen raken! Anderzijds kon men heel vindingrijk zijn. Sommige Indiërs, van huis uit strikte vegetariërs, aten wel degelijk vis. Dat was immers fruit of the sea.

De voortdurende zorg om niet bezoedeld te raken werd door één man wel heel ver doorgevoerd. Hij stond in de omtrek bekend als de serieuze silent swami. Hij genoot groot aanzien en de mensen zagen hem als reine raadgever in tal van nijpende zaken. Hij woonde heel bescheiden en zat vaak in zijn duistere grot, waar hij een klein lampje had dat een klein maar fijn godenbeeld verlichtte. Hij sprak niet. Hij sprak nooit. Hij had een tamelijk gesoigneerde dame als huishoudster, die zijn gebaren verstond en voor ons vertaalde. Toch lukte het ons om hem tijdens het vraaggesprek éénmaal aan het lachen te brengen.

Het kan nog strikter. Ik boekte eens het enige roeibootje op een verlaten meer. De jongen die roeide legde aan bij een bergje rotsblokken midden op het meer en liet er een klein mandje levensmiddelen achter. Dat zou worden opgehaald door een heilige, die te midden van die rotsen verbleef en elk contact met anderen had afgezworen.

De tradities werden - en worden - in India vaak zeer serieus genomen. Dat blijkt bijvoorbeeld ook wel uit het volgende. Ik zat te wachten op een kleine luchthaven. Na enige tijd stond een wat traditioneel geklede man op, kwam op me toe en vroeg of hij mijn hand mocht lezen, zodat ik iets over mijn toekomst te weten zou komen. Ik geloof daar niet in en weigerde. Na enige tijd kwam hij weer vragen, het kon toch geen kwaad? Toen verzon ik dat m'n hand juist gisteren was gelezen door een concurrerend handlezer. Zijn antwoord: very well, but this is India and you better double check. For you free of charge!

Ongelovigheid ook elders. In een bergdorp in Pakistan hadden we een vrije middag gepland. In zulke dorpen is soms een veld voor het traditionele polospel. We kwamen er langs en de dorpelingen wilden tegen een redelijke vergoeding wel een polowedstrijd voor de groep organiseren. De volgende middag verzamelde zich op het terrein een aantal woest uitziende ruiters met stokken op felle paarden. Een groep blazers en trommelaars ving aan met spelen en veel omwonende kwamen erop af. Zo zat onze groep eerste rang voor een authentiek polospel. Het was een enorm spektakel waar het er niet bepaald zachtzinnig aan toe ging. Er werd lang over nagepraat. Maar ik denk dat tot op de dag van heden sommige groepsleden niet geloven dat het toch ècht door en voor ons was georganiseerd!

Op voorbereidingsreis in Sulawesi zochten we een privé-jacht om onze groepen een boottocht tussen de eilandjes voor de kust te kunnen bieden. We vonden een Chinese heer, eigenaar van een mooi jacht en van een mooi hotel. Via de receptie maakten we een afspraak met hem voor dezelfde middag. Toen we op het juiste tijdstip bij de receptie stonden bleek deze heer helaas niet beschikbaar. Wij wezen op onze afspraak. Ja, dat klopte, maar de eigenaar was elders: busy. Ik geloofde het niet; hij wilde vast van de afspraak af. Dus drongen we aan, er was niet veel tijd meer voordat we verder moesten. Jawel, zeker, maar de eigenaar is too very busy! De receptionist ging ons voor naar een grote zaal. Die was afgeladen vol, er zat een heel orkest en de eigenaar stond op het toneel van onder zijn gouden brilletje Chinese liederen te zingen. Té druk voor ons, inderdaad.

Ten slotte een herinnering uit de Sovjet-tijd. In Moskou zouden we de beroemde Tretjakov-galerij bezoeken. Daar kreeg je van staatsreisorganisatie Intourist standaard één uur de tijd voor: het was er altijd druk. Maar wij hadden vanuit Nederland schriftelijk voor de groep bedongen dat we er twee uur konden blijven. Alleen zo konden we een fatsoenlijk bezoek aan de prachtige iconen waarborgen. Op de middag voorafgaand aan het bezoek bleek uit het schema dat er slechts één uur voor was ingeruimd. Na veel protest en getelefoneer werd toegegeven: we mochten inderdaad twee uur en zouden daartoe een uur eerder uit het hotel vertrekken. Zo gezegd, zo gedaan. Na een kwartiertje in de bus hadden we er moeten zijn. Nee, klopt, maar er is een omleiding. Die omleiding was erg lang en kostte wel een uur. Uiteindelijk hadden we dus het standaarduurtje voor de iconen. Ik kreeg medelijden met het meisje van Intourist die dit zo met ons had moeten afhandelen. Gelukkig hoort zoiets inmiddels tot het verleden.

Dit was zo maar een greep. Uit uw eigen herinneringen zult u ongetwijfeld ook ruim kunnen putten. En het is een prettig vooruitzicht dat we over niet al te lange tijd weer op reis kunnen om verse avonturen te beleven!"